| Soms is de aan de politie toegekende verhoortijd van 6 uur (inclusief de nacht maximaal 15 uur ) niet voldoende om alle feiten boven water te krijgen. In dat geval kan de politie het wenselijk vinden dat de verdachte langer blijft. De beslissing of de verdachte voor verder onderzoek moet blijven, wordt genomen door de 'hulpofficier van justitie'. Dit is een hoge politiefunctionaris op het politiebureau. Is de hulpofficier van justitie van mening dat de verdachte inderdaad langer moet blijven, dan zal hij een 'bevel tot inverzekeringstelling' geven. De politie kan de verdachte met dit bevel in de hand nog eens 3 x 24 uur (inclusief de nacht) op het politiebureau houden. Van het bevel tot inverzekeringstelling krijgt de verdachte een kopie. Inverzekeringstelling is alleen geoorloofd als:
Tijdens de fase van inverzekeringstelling wordt de dienstdoende 'piketadvocaat' door de politie op de hoogte gesteld dat de verdachte voor een bepaald strafbaar feit is aangehouden. De piketadvocaat zal daarop de verdachte op het politiebureau bezoeken'. Alle advocaten binnen een bepaalde regio die zich bezighouden met het strafrecht (en die daarom verzoeken), worden op een zogenaamde piketlijst gezet en dienen om beurten 'piketdiensten' te draaien. Op die manier is verzekerd dat een verdachte op ieder tijdstip, dag en nacht, door de week of in het weekeinde, steeds de hulp kan krijgen van een advocaat. De politie kent de piketlijst en weet zodoende welke advocaat op het desbetreffende tijdstip piketdienst heeft. Tijdens de inverzekeringstelling (of soms eerder) wordt de piketadvocaat door de politie ingelicht. Uiteraard is de piketadvocaat geheel onafhankelijke en behartigt hij uitsluitend de belangen van de verdachte. De 'piketadvocaat' die tijdens zijn dienst de verdachte bezoekt, verleent geheel kosteloos rechtsbijstand. Wanneer de verdachte daarmee instemt, blijft de piketadvocaat ook in het vervolg van de procedure de verdachte (geheel kosteloos) bijstaan. Maar als de verdachte dat wenst, kan hij ook aan de piketadvocaat mededelen dat hij door een andere advocaat, die hij bijvoorbeeld reeds kent, wil worden vertegenwoordigd. De piketadvocaat zal dan aan die andere advocaat doorgeven dat de verdachte door hem verder wil worden begeleid. In veel gevallen zal ook de door de verdachte gekozen advocaat kosteloos rechtsbijstand verlenen. Dat is thans echter afhankelijk van het inkomen en vermogen van de verdachte. De inverzekeringstelling mag vanaf het moment van uitvaardiging van het bevel tot inverzekeringstelling maximaal 3 dagen (3 x 24 uur) duren. In de praktijk vangt de termijn voor inverzekeringstelling aan bij afloop van de maximumtermijn voor aanhouding. Tijdens de inverzekeringstelling overlegt de politie met de officier van justitie van het Openbaar Ministerie (OM) over wat er verder met de verdachte moet gebeuren. De officier van justitie kan van mening zijn dat de verdachte in het belang van het onderzoek nog langer dan de in eerste instantie geldende termijn van 3 dagen in verzekering moet worden gesteld. Hij kan dan de inverzekeringstelling op het politiebureau nog eens verlengen met maximaal 3 dagen (3 x 24 uur). Dit is echter alleen mogelijk in geval van dringende noodzakelijkheid. De verlenging (tweede termijn van 3 dagen) mag niet dadelijk worden bevolen bij aanvang van de inverzekeringstelling (dus bij het begin van de eerste termijn van 3 dagen). De dringende noodzakelijkheid van de verlenging behoort pas tegen het einde van de eerste inverzekeringstellingstermijn te worden beoordeeld. Pas dan kan worden bezien welke resultaten inmiddels in het onderzoek zijn behaald. De verdachte moet na de (verlengde) inverzekeringstelling aan de officier van justitie worden voorgeleid. Meestal zal er geen verlenging van de inverzekeringstelling worden uitgesproken. De situatie is in de praktijk dan als volgt. Tijdens aanhoudingstermijn wordt de verdachte gehoord door een politiefunctionaris. Tevens wordt hij vóór afloop van de aanhoudingstermijn verhoord door de hulpofficier van justitie. Dit is een politiebeambte met een bepaalde rang die op ieder politiebureau aanwezig is. Na het verhoor door de hulpofficier van justitie wordt - eventueel na overleg met de officier van justitie van het Openbaar Ministerie (OM) - aan de verdachte medegedeeld of hij weer naar huis mag of in verzekering zal worden gesteld. De advocaat van de verdachte mag in beginsel bij het verhoor door de hulpofficier van justitie aanwezig zijn. Maar de hulpofficier is niet verplicht om de (piket)advocaat vooraf over het verhoor in te lichten. Daarom wordt de verdachte in de praktijk tijdens dit verhoor niet door een advocaat bijgestaan. Dit is alleen anders wanneer de verdachte vóór zijn aanhouding erin is geslaagd om zijn eigen advocaat van zijn aanhouding op de hoogte te stellen. Wanneer de advocaat vervolgens aangeeft aanwezig te willen zijn bij het verhoor door de hulpofficier, moet aan dit verzoek worden voldaan. In het normale geval, dat geen verlenging van de inverzekeringstelling plaatsvindt, duurt de inverzekeringstelling, te rekenen vanaf het moment dat de maximumtermijn voor aanhouding afloopt, maximaal 3 dagen (3 x 24 uur), waarna de verdachte wordt voorgeleid aan de officier van justitie. In het vervolg is het goed om een onderscheid te maken tussen twee naast elkaar lopende strafrechtelijke trajecten. Ten eerste de voorgeleiding bij de officier van justitie. En ten tweede de toetsing door de rechter-commissaris van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling. Beide trajecten (met de daarbij behorende termijnen) lopen onafhankelijk gelijktijdig naast elkaar, maar kunnen elkaar wel op enig moment kruisen (zie hierna). |
| Bron: Verstappen Goossens Advocaten Procureurs, Nuenen |